donderdag 12 november 2015

Omgaan met teksten, inclusief de wolkentekst van het KNMI

Daar zijn we weer! De afgelopen lessen heb ik begrippen behandeld uit de tekst over wolken van het KNMI. We hebben woordwebben gemaakt en oefeningen gedaan en zelfs een woordpuzzel gemaakt met de begrippen.
Niet iedereen vond het onderwerp even leuk, soms zelfs saai, en dat begrijp ik. Dat geeft niet.
Alleen, moeten we toch nog even verder met het onderwerp. We zijn namelijk al heel ver gekomen met het begrijpen van de woorden en met het begrijpen van de tekst, die bij het vak hoort, kunnen we straks het onderwerp goed afsluiten.

Voor deze les en ook dit blog heb ik 3 doelen:
1. we gaan leren op welke manieren je teksten kunt lezen en waarom je dit doet;
2. we gaan leren hoe we de wolkentekst het beste kunnen lezen met de stappen van begrijpend lezen;
3. we gaan de wolkentekst ook echt leren begrijpen.

Ik heb het mezelf dit keer wat gemakkelijker gemaakt. Ik zag namelijk een heel handig filmpje op Youtube van Arnoud Kuijpers, die ik graag wilde gebruiken voor deze les.
In het filmpje wordt kort en krachtig uitgelegd op welke wijze je nou het beste een tekst kunt lezen en welke strategie of strategieën je hierbij kunt gebruiken.

Kijk maar mee:



Nu we het filmpje gezien hebben, kunnen we bepalen welke strategie we gaan kiezen voor het begrijpen van de taalzaakvaktekst, of misschien zijn het er wel meer?

Vragen aan jou, die jij mag proberen te beantwoorden:
Welke strategieën hebben we eigenlijk voorbij zien komen in het filmpje?
Als je het niet meer weet, kun je dan bedenken wat je zelf doet als je een boek of tekst leest? Misschien doe je wel dingen voor dat je begint te lezen, zonder dat je het door hebt? Welke dingen zijn dat denk je?
En misschien doe je ook wel dingen tijdens het lezen, zonder dat je dit door hebt? Welke zijn dat denk je?
En na het lezen? Wat doe jij eigenlijk na het lezen van een tekst?


Nu je er even over nagedacht hebt, ga ik je verder helpen.

Als je in de bovenbouw zit doe je dit tijdens het lezen:

PLANNEN -> bedenk hoe je gaat lezen. Je moet een doel stellen.
(voor het lezen)

CONTROLEREN -> let op hoe je leest, of het lukt de tekst te begrijpen op de manier zoals je leest
(tijdens het lezen)

CORRIGEREN -> lees je het goed, of moet je het anders doen?
(tijdens het lezen)

REFLECTEREN -> hoe ging het? wat kan anders? wat ging goed?
(na het lezen)

Zo pak je het dus aan! plannen, doen, controleren, jezelf beoordelen en verbeteren.


A. PLANNEN
Wat doe je voor het lezen van de tekst?
1. Je bedenkt waarom je de tekst gaat lezen. Wat is het doel? Ga je de tekst lezen voor de lol? Of ga je hem lezen omdat je een som moet uitrekenen met de tekst als informatiebron? Of ga je de tekst lezen om iets te leren? Er zijn meerdere redenen waarom je een tekst leest. Het is handig om tevoren te weten wat die reden is, zodat je op de juiste manier gaat lezen.

2. Je gaat je oriënteren. Dat betekent dat je de tekst bekijkt op grond van hoe het er uit ziet. Is het lang of kort? Waar staat het in? In een studieboek, een magazine of in een leesboek? Wat staat er boven de tekst? Wat is de titel? Wie heeft het geschreven? Staan er plaatjes bij en kunnen deze plaatjes jou ook iets vertellen over de tekst?

3. Je kiest de manier waarop je de tekst gaat lezen nadat je een doel hebt gesteld en je je op de tekst georiënteerd hebt. Zoals je in het filmpje hebt kunnen zien, kun je kiezen uit:
 * globaal lezen
 * intensief lezen
 * zoekend lezen
 * kritisch lezen
 * studerend lezen

Kijk even terug naar het filmpje als je niet meer weet wat deze manieren betekenden.

B. DOEN: CONTROLEREN EN CORRIGEREN
Wij gaan begrijpend lezen. Voor het begrijpend lezen gaan we INTENSIEF LEZEN gebruiken als manier tijdens het lezen. We gaan dus de tekst lezen om hem te begrijpen.
Dit zijn de stappen:
We lezen de tekst helemaal.
We zoeken de moeilijke woorden uit de tekst en gaan de betekenis opzoeken in het woordenboek.
We kijken naar signaalwoorden en verbanden. Dat zijn woorden die jou laten zien waar het om draait in het verhaal, omdat ze zinnen met elkaar verbinden. Hier heb ik ze oranje gekleurd.
We zoeken het onderwerp op en we bepalen de hoofdgedachte.

C. REFLECTEREN EN BEOORDELEN
En na het lezen, wat doen we dan?
Als we klaar zijn met intensief lezen en je begrijpt de tekst, ben je nog niet helemaal klaar.
Als je iets gelezen hebt, denk je ook altijd nog na over de tekst. Dat klopt toch?
Of vergeten we hem gelijk?
Als je klaar bent met het lezen, ga je na of je de doelen van de eerste stap hebt behaald.
En je gaat ook na of jouw manier van lezen heeft gewerkt bij deze tekst.


Nu ik deze stappen heb uitgelegd gaan we ze gebruiken voor de taalzaakvaktekst, die je kunt vinden in het eerste blog over dit vak:
http://eenhandjevanroos.blogspot.nl/2015/10/taal-leren-met-een-les-over-wolken.html

Je kunt dit bij alle teksten doen. In het begin moet je misschien nog veel nadenken over de stappen A, B en C, maar hoe vaker je het doet, hoe beter het gaat.

Laat je me weten hoe het bij jou gaat?

Succes!!










Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen